De AOC-codering is ideaal voor het categoriseren van medische hulpmiddelen, apparatuur, installaties, meubilair en gebouwonderdelen. Het coderingssysteem is ontwikkeld voor gebruik door ziekenhuizen en andere zorginstellingen, in het bijzonder de medische, de facilitaire, de technische en de medisch-instrumentele diensten binnen de zorg.
Start nu met het gebruik van AOC-codering en profiteer van:
Hieronder geven we je uitleg over de abonnementen en over de opbouw van de AOC-codering.
Abonnementen
Door middel van twee soorten abonnementen krijg je eenvoudig toegang tot de AOC-codering via het webportaal.
Binnen de AOC-codering bieden wij de volgende abonnementen aan:
Afhankelijk van de wensen van jouw zorgorganisatie kun je een of beide abonnementen afsluiten.
Kenmerken van de abonnementen
✔️ Maandelijkse updates
Je krijgt maandelijks een update over de aanpassingen in de AOC-codering.
✔️ Expertforums
Voor beide abonnementen is er een forum van experts: lees hier meer over de forums: [link naar pagina over fora]
✔️ Toegang webportal:

Bij dit abonnement gaat het om grofweg twee soorten indelingen:
De AOC-codering Medische apparatuur en gebouw, installaties & inrichting bestaat momenteel uit 28 verschillende hoofdgroepaanduidingen.
Hier is gebruik gemaakt van functionele criteria voor de indeling van de inventaris. Hierbij zijn eigen criteria voor een zo eenduidig mogelijke indeling ontwikkeld en kon niet (helemaal) worden aangesloten bij het traditionele functiebegrip, waarbij een directe relatie wordt gelegd tussen de functies van een ziekenhuis en de daar aanwezige specialismen. De reden hiervan is dat inventarisgoederen, zowel medische als niet-medische, vaak multifunctioneel zijn, en met andere woorden voor verschillende specialismen kunnen worden gebruikt.
Een tweede grove indeling is een meer administratieve indeling op basis van een gebruikelijke activa registratie:

Bij dit abonnement gaat het om twee soorten indelingen:
De AOC-classificatiecode medische hulpmiddelen bestaat uit 14 verschillende groepsaanduidingen.
Naast een AOC-groepsaanduiding is de AOC onderverdeeld in objectgroepen. Deze objectgroepen kunnen verdeeld zijn op basis van soorten materialen of op basis van de anatomie/anatomische structuren/regio van het lichaam. De onderverdeling voor de anatomie/anatomische structuren/regio van het lichaam is in alle AOC-groepsaanduidingen gelijk.
De indeling van de medische hulpmiddelen vindt plaats op basis van functionele criteria. Hierbij zijn eigen criteria voor een zo eenduidig mogelijke indeling ontwikkeld. Er kon niet helemaal worden aangesloten bij het traditionele functiebegrip, waarbij een directe relatie wordt gelegd tussen de functies van een ziekenhuis en de daar aanwezige specialismen. De reden hiervan is dat verbruiksgoederen, zowel medische als niet-medische, vaak multifunctioneel zijn, met andere woorden ten behoeve van verschillende specialismen kunnen worden gebruikt.
Gekozen is voor een opzet, waarbij in de classificatie bij de code voor het artikel of object een veel voorkomende naam als ‘voorkeursnaam’ is opgenomen. Het primaire doel van de classificatie is om een logisch handvat te bieden voor het onderscheiden van functioneel verwante groepen en soorten objecten. Het kan voorkomen dat er van een object meerdere exemplaren, al dan niet van een verschillend merk en mogelijk op verschillende plaatsen in een in een instelling, aanwezig zijn.
De AOC-codering is ingedeeld in vier hiërarchische niveaus. Per niveau worden coderingen bestaande uit twee cijfers toegekend, zodat de complete code uit acht cijfers bestaat:
Opbouw volledige code: XX.XX.XX.XX
Niveau 1: XX.OO.OO.OO XX = hoofdgroepaanduiding
Niveau 2: OO.XX.OO.OO XX = groepaanduiding
Niveau 3: OO.OO.XX.OO XX = objectaanduiding
Niveau 4: OO.OO.OO.XX XX = identificatie- en artikelaanduiding
Afhankelijk van het type abonnement kun je de twee laatste posities van de AOC-codering als volgt gebruiken:
Binnen een zorginstelling kan het voorkomen dat van een object meerdere exemplaren aanwezig zijn, al dan niet van een verschillend merk en mogelijk op verschillende plaatsen in een instelling.
Met behulp van de AOC-codering kunnen deze objecten op instellingsniveau geïdentificeerd worden door het benutten van de laatste twee posities in de codering. De keuze is vrij voor iedere instelling.
In dit type abonnement van de AOC-codering tref je daarom steeds twee nullen aan op deze plaats. Voor grotere instellingen is het raadzaam om deze twee posities door drie of meer posities te vervangen, omdat in de praktijk blijkt dat 99 codes voor sommige objecten te weinig is.
Deze toepassing kan bijvoorbeeld nuttig zijn bij het opzetten van een registratie van inventaris.
Uitgangspunt bij het classificeren met de AOC-codering bij Medische hulpmiddelen is classificeren op basis van beoogd gebruik, ook wel “intended purpose” in termen van de Medical Device Regulation. Anders gezegd: welke toepassing wordt met het product beoogd?
Bij het toepassen van de AOC-codering van Medische Hulpmiddelen worden de laatste twee posities dan ook niet gebruikt voor het identificeren van een artikel, maar om te classificeren op het laagste niveau en op basis van beoogd gebruik. Zo komen alle heupprotheses in dezelfde classificatiecode en alle blaaskatheters in eenzelfde classificatiecode.